Een merkwaardige besmetting

Katholiek opgevoed was ik er in mijn kindertijd van overtuigd dat het vagevuur, of erger, de hel, mij te beurt zou vallen. De hemel verdienen zat er voor mij zeker niet in. Het leek onafwendbaar, zelfs wanneer ik mij zou bekeren tot een ander geloof. Er werd behoorlijk op los gezondigd, niet uit te vegen met een wekelijkse biecht of een karrenvracht noveenkaarsen.
Op het hoogtepunt van mijn lichtzinnige tienerjaren krijg ik voor het eerst te horen dat er mensen zijn die bijna het tijdelijke met het eeuwige verwisselden en ons misschien iets te vertellen hadden over het hiernamaals. Ik realiseerde mij toen nog niet dat datgene wat die mensen te vertellen hebben, iemand kan besmetten als een virus. Het was Dr. Elisabeth Kübler-Ross die mij de besmetting doorgaf. Elisabeth was een Zwitsers-Amerikaans psychiater die vooral in Amerika beroemd werd om haar pionierswerk rond stervensbegeleiding en de verschillende fasen van rouwverwerking. In een documentaire beschreef zij haar ervaringen met terminale patiëntjes na een reanimatie. Fascinerend vond ik het.

Niet lang daarna kreeg ik het boek van Dr. Raymond Moody – “Life after Life”  (Leven na dit Leven) in handen. Hij was de eerste auteur die de term Near-Death Experience (Bijna-doodervaring) gebruikte.  Ik was besmet. Daar en dan vertoonde ik de eerste symptomen van deze besmetting: verwondering, nieuwsgierigheid, hoop, verlangen, verwachting.
Er was welgeteld één boek over het onderwerp beschikbaar in onze plaatselijke dorpsbibliotheek! Het internet was toen nog science-fiction.
De incubatieperiode, de tijd die verstrijkt tussen de besmetting en de eerste ernstige symptomen, was daardoor chaotisch en liep uit tot vele jaren daarna. Pas 10 jaar later kreeg ik uiteindelijk de gelegenheid meer over het onderwerp te lezen. Bij de universiteit, waar ik toen les gaf, sloot ik mij aan bij een groepje die dit soort van onderwerp bespreekbaar stelde. Kruisbesmetting dus. De incubatieperiode werd langer en langer.
De symptomen werden erger en erger. Om een lang verhaal kort te maken en tientallen boeken en honderden gesprekken verder, samen met een oneindig aantal uren internet surfen, ben ik uiteindelijk een ‘superverspreider’ geworden. Ik draag geen masker, heb veel ‘knuffelvriendjes’ en verspreid het (weliswaar goedaardige) virus via een website (ponto3.org) en sociale media.

De symptomen
In tegenstelling met maatregelen bij een echte virus pandemie waar een masker één van de noodzakelijke maatregelen is, heb ik mijn oud (religie) masker afgegooid. Ik heb het niet meer nodig. En in tegenstelling met dit echte virus zijn de symptomen die ik ervaar niet alleen goedaardig, maar zelfs meer dan welkom. Dit virus openbaart zich door middel van positieve levensveranderingen die heel bekend klinken in de oren van personen die een bijna-doodervaring gehad hebben. Bovenop compassie, geluk, innerlijke vrede en vriendelijkheid kreeg ik als bonus:
* een veranderd zelfbeeld;
* medeleven met anderen;
* waardering voor het leven;
* geen angst meer voor de dood en geloof in leven na het sterven;
* geen angst meer voor hel en vagevuur;
* een diepe eerbied voor de natuur;
* het besef dat we allen één zijn;
* toegenomen spiritualiteit.
In tegenstelling ook met echte virussen is er geen vaccinatie mogelijk, is het blijvend aanwezig en is het sociale contact aan te raden. Geen lock-downs, geen maskers, iedereen kan je knuffelvriendje zijn en ‘ont-smetten” is absoluut niet nodig.


Hou het gezond!

Noël

 

Share on